Wat de WBSO doet voor een softwareproject
Kort antwoord
De WBSO verlaagt de loonheffing die je afdraagt voor medewerkers die technisch nieuwe software ontwikkelen. Het gaat om eigen uren, niet om facturen: uitbesteed ontwikkelwerk telt voor de opdrachtgever niet mee. En technisch nieuw betekent een informatietechnologisch knelpunt dat je zelf oplost — niet een applicatie die er eerder nog niet was.
Vandaag is het Prinsjesdag, en daarmee de dag waarop de knoppen van de WBSO voor volgend jaar zichtbaar worden. Die knoppen zitten namelijk in het Belastingplan: de tarieven, de schijfgrens en het budget worden daar vastgesteld en soms in de Kamer nog aangepast. Vorig jaar gebeurde dat ook — bij het Belastingplan 2026 werd via een amendement de bovengrens van de eerste schijf eenmalig geïndexeerd, in het voordeel van aanvragers.
Maar de vraag die ik in gesprekken veel vaker hoor dan "wat wordt het tarief" is een andere: krijg ik subsidie als ik software laat bouwen? Daar zit een hardnekkig misverstand onder dat jaarlijks geld en teleurstelling kost. Dit artikel behandelt hoe de WBSO bij softwareontwikkeling werkt, waar de grens van technische nieuwheid ligt, en wat er fiscaal overblijft als de WBSO voor jou niet de route is.
Een korting op je loonheffing, geen subsidiepot
De WBSO — voluit de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk — is geen subsidie die je op je rekening gestort krijgt. Het is een afdrachtvermindering: je draagt minder loonheffing af voor de uren die je medewerkers aan speur- en ontwikkelingswerk (S&O) besteden. Ongeveer 20.000 ondernemingen maken er jaarlijks gebruik van, en sinds enkele jaren is een groeiend deel daarvan software- en AI-werk.
De parameters voor 2026 zien er zo uit:
- 36% van de S&O-grondslag in de eerste schijf, tot €391.020
- 50% in die eerste schijf voor starters
- 16% over alles daarboven
- Heb je twee jaar geleden geen WBSO gebruikt, dan reken je met een forfaitair S&O-uurloon van €29
Ben je zelfstandige zonder personeel, dan werkt het anders: besteed je in een kalenderjaar minimaal 500 uur aan S&O, dan krijg je in 2026 een vaste aftrek van €15.979, met €7.996 extra voor starters. Geen urenvergoeding dus, maar een vast bedrag zodra je die drempel haalt.
Naast de loonkosten kun je als onderneming met personeel ook kosten en uitgaven van het project meenemen, via een forfait of op basis van werkelijke bedragen. Dat is een keuze die je bij de aanvraag maakt en die je daarna niet meer wijzigt.
Technisch nieuw is iets anders dan nieuw
Hier struikelen de meeste aanvragen. RVO omschrijft programmatuur als het niet-fysieke, logische deelsysteem van een informatiesysteem, vastgelegd in een formele programmeertaal. Prima. Het venijn zit in het woord technisch. Uit de Handleiding WBSO 2026:
Als je programmatuur bouwt dat er eerst nog niet was, is dit vrijwel altijd nieuw. Maar, dit wil nog niet zeggen dat je dan ook technisch nieuwe programmatuur bouwt.
Er is sprake van een ontwikkelingsproject als je tegen een technisch knelpunt aanloopt, aan een oplossing werkt die voor jouw onderneming technisch nieuw is, die oplossing zelf aantoont, en er echte technische risico's zijn dat het niet lukt. Bereik je het resultaat met standaardtechnieken of algemeen bekende werkingsprincipes, dan is er geen sprake van S&O — hoe waardevol de applicatie voor je bedrijf ook is.
Wat expliciet buiten de WBSO valt
De handleiding is hier concreet. Deze activiteiten rond programmatuur zijn uitgesloten:
- onderhoud van programmatuur;
- het beschrijven van architectuur;
- het ontwerpen of bouwen van een nieuw systeem;
- programmatuur geschikt maken voor een ander hardware- of softwareplatform;
- bestaande programmatuur op een technisch nieuwe manier laten samenwerken — tenzij je die bestaande componenten hoofdzakelijk zelf hebt ontwikkeld en al in je eigen onderneming toepast.
Daarnaast vallen het toepassen, samenstellen en implementeren van programmatuur erbuiten, net als projecten die een nieuwe functionaliteit realiseren op basis van beschikbare of verkrijgbare technologie. Ook het formuleren of beschrijven van een algoritme telt niet mee; pas als je dat algoritme in een formele programmeertaal uitwerkt en daarmee een technisch knelpunt oplost, kom je in beeld.
Vertaald naar de praktijk: een ERP-systeem op maat bouwen met Laravel, een API-koppeling leggen naar een boekhoudpakket of een portaal opleveren bovenop bestaande bibliotheken — dat is vakwerk, het levert vaak forse besparingen op, maar het is voor de WBSO geen S&O. Wél kansrijk wordt het zodra je bijvoorbeeld een planningsalgoritme moet uitvinden dat met de bestaande rekenmethodes niet binnen de vereiste tijd tot een oplossing komt, en je op voorhand niet weet of het gaat lukken.
Let ook op het prototype
Een detail dat bij softwareprojecten vaak verkeerd wordt ingeschat: uren aan een prototype met gebruikerswaarde vallen buiten de regeling. Gebruikerswaarde betekent dat je het kunt verkopen of voor dienstverlening aan klanten kunt inzetten — of je er daadwerkelijk voor factureert, doet er niet toe. Het S&O-traject eindigt op het moment dat je het nieuwe werkingsprincipe hebt aangetoond. Alles wat daarna komt om er een productierijp product van te maken, is regulier ontwikkelwerk.
De uitbestedingsval
Dan de vraag waar het echt om draait. Stel: je laat een applicatie bouwen door een extern softwarebureau, er zit een stevig technisch vraagstuk in, en de factuur loopt in de tienduizenden euro's. Kun je daar WBSO over krijgen?
Nee. De regeling kent het begrip uitbesteed onderzoek en is daar ondubbelzinnig over: werkzaamheden die je als S&O-inhoudingsplichtige uitbesteedt aan een derde, leveren geen WBSO op. De kosten van dat uitbestede onderzoek komen niet in aanmerking. En voor de zekerheid staat er in dezelfde lijst ook nog: kosten voor inhuur van arbeid komen niet in aanmerking.
Aan de urenkant sluit dat naadloos aan. Je mag alleen S&O-uren opvoeren voor medewerkers die bij jou in dienst zijn. Uren van mensen die niet in loondienst zijn — stagiairs, afstudeerders, ingeleend personeel — tellen niet. En RVO controleert daar ook echt op. Bij de beoordeling toetst een adviseur of jij of je personeel het werk zelf verricht, en kijkt daarbij desgewenst naar openbare bronnen zoals zakelijke LinkedIn-profielen en je eigen website, om het kennis- en kundeniveau binnen je onderneming vast te stellen.
De WBSO volgt de handen die het werk doen, niet de factuur die ervoor betaald wordt.
De keerzijde: in opdracht werken mág wel
Hier zit de nuance die veel mensen missen. Dezelfde handleiding zegt dat je aan een oplossing werkt die voor jou technisch nieuw is, "ook als u het S&O in opdracht of in samenwerking met een ander uitvoert". De partij die het werk uitvoert, kan er dus wél WBSO voor aanvragen. Het recht verhuist niet mee met de opdracht — het blijft bij de handen.
Voor jou als opdrachtgever heeft dat drie praktische gevolgen:
- Ontwikkel je volledig extern, dan is de WBSO voor jou geen route. Reken er niet mee in je businesscase. Dat is vervelend, maar beter nu dan bij de aangifte.
- Heb je zelf ontwikkelaars in dienst, dan wordt de verdeling een fiscale keuze. Het deel van het technische onderzoek dat jouw eigen mensen doen is subsidiabel; het deel dat je uitbesteedt niet. Bij een gemengd team loont het om vooraf te bepalen wie welk knelpunt oplost — niet achteraf te constateren dat de uren aan de verkeerde kant stonden.
- Vraag je leverancier ernaar. Als een bureau voor jouw project echt iets uitvindt, kan het daar zelf WBSO voor aanvragen. Dat verlaagt niet automatisch jouw factuur, maar het is wel een legitiem gespreksonderwerp bij de prijsafspraak.
Vooruit aanvragen, en de administratie bijhouden terwijl je bouwt
Twee praktische zaken waar projecten op stuklopen.
Je vraagt altijd vooruit aan. De WBSO geldt uitsluitend voor toekomstige werkzaamheden. Een aanvraagperiode duurt minimaal drie en maximaal twaalf maanden. Voor ondernemingen met personeel geldt: wil je per 1 januari gebruikmaken van de regeling, of loopt je project door in een nieuw kalenderjaar, dien dan uiterlijk 20 december in. Wil je nog in het laatste kwartaal instappen, dan is 30 september de uiterste datum vanwege die minimale periode van drie maanden. Voor zelfstandigen liggen de data net anders: daar loopt de periode vanaf de dag van indienen, met 1 januari als uiterste datum voor het nieuwe jaar. Begin je pas halverwege een project aan te vragen, dan beoordeelt RVO alleen de vervolgfase — wat je daarvoor deed, is verlopen.
De administratie loopt mee met het werk, niet erachteraan. Je legt per persoon, per project en per dag de S&O-uren vast, en je houdt een projectadministratie bij die je binnen twee maanden na afloop van elk kalenderkwartaal bijwerkt. Alles bewaar je zeven jaar. Voldoe je daar niet aan, dan volgt een correctie-S&O-verklaring en mogelijk een boete.
Het goede nieuws voor softwareteams: je hebt het meeste al. RVO noemt versiebeheersystemen zoals Git en issuetracking-systemen zoals Jira expliciet als bewijs van aard, inhoud en voortgang. Voorwaarde is wel dat datering en namen van de betrokken medewerkers herkenbaar aanwezig blijven — ook na een migratie van je systeem. Uit de stukken moet bovendien blijken tegen welke technische knelpunten je aanliep en welke oplossingsrichtingen je koos. Een commitgeschiedenis van "fix" en "wip" helpt je daar niet bij; een issuetracker waarin het probleem en de afwegingen staan, wel. Wie zijn issues en beslissingen netjes vastlegt, heeft zijn WBSO-dossier grotendeels als bijproduct.
Eén randvoorwaarde tot slot: het S&O moet binnen een lidstaat van de Europese Unie plaatsvinden. Ontwikkelwerk buiten de EU telt niet mee, en het Verenigd Koninkrijk hoort daar sinds de brexit ook bij.
Valt de WBSO af? Dan zijn er nog drie knoppen
De innovatiebox
Levert je software winst op, dan komt de innovatiebox in beeld: een effectief tarief van 9% vennootschapsbelasting over de winst uit innovatieve activiteiten. Voor een kleinere belastingplichtige is de S&O-verklaring van RVO het toegangsticket — je hebt er dus geen octrooi voor nodig. Kleiner betekent hier: het brutovoordeel uit al je immateriële activa blijft in het boekjaar plus de vier voorafgaande boekjaren onder €37,5 miljoen, en je netto-omzet over diezelfde periode is ten hoogste €250 miljoen. Voor vrijwel het hele MKB is dat geen beperking.
Eén voorwaarde verdient extra aandacht als je laat ontwikkelen: je moet het immateriële activum zelf hebben voortgebracht, voor eigen rekening en risico. Bezit je iets dat je niet zelf hebt ontwikkeld, dan kun je de innovatiebox niet gebruiken. Anders dan bij de WBSO sluit uitbesteden de deur hier niet categorisch: de Belastingdienst kijkt dan naar waar het risico ligt en of er voldoende belangrijke functies aanwezig zijn bij de eigenaar van het activum. Dat maakt het een inhoudelijke vraag over de opzet van je project in plaats van een administratieve. Kocht je een bestaand activum en ontwikkelde je dat door tot iets nieuws, dan mag alleen het voordeel uit dát nieuwe activum in de box.
Wil je niet aan een uitgebreide winsttoerekening beginnen, dan bestaat er een forfaitaire variant: 25% van de winst vóór toepassing van de innovatiebox, met een maximum van €25.000, in het jaar waarin je het activum voortbrengt en de twee jaren daarna.
De koppeling is hier het interessante: de WBSO is niet alleen een korting op zichzelf, maar ook de sleutel tot een lager belastingtarief op wat je met die software verdient. Wie eenmaal een S&O-verklaring heeft, heeft daarmee meer in handen dan de afdrachtvermindering alleen.
Investeringsaftrek
Activeer je de software als bedrijfsmiddel, dan kan de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek in beeld komen. In 2026 loopt die van 28% van het investeringsbedrag tussen €2.901 en €71.683, via een vast bedrag van €20.072 tot €132.746, aflopend naar nul bij €398.236. Per bedrijfsmiddel geldt een ondergrens van €450. Software staat niet op de lijst met uitgesloten bedrijfsmiddelen — goodwill, grond en woonhuizen wel. Of jouw specifieke investering kwalificeert, is een vraag voor je accountant; de regeling sluit software in elk geval niet categorisch uit.
Kosten of bedrijfsmiddel
De laatste knop is de meest onderschatte, en hij raakt direct aan de build-vs-buy-afweging. Een SaaS-abonnement is een kostenpost die je in het jaar zelf volledig ten laste van de winst brengt. Maatwerk dat je activeert is een bedrijfsmiddel, en daarvoor geldt een maximale afschrijving van 20% per jaar — dus minimaal vijf jaar spreiden. Bedrijfsmiddelen onder €450 mag je in één keer als kosten nemen.
Dat verschil in timing verklaart een deel van de aantrekkingskracht van abonnementen: het aftrekbare bedrag valt meteen. Maar het zegt niets over de werkelijke kosten over vijf jaar, en juist die vergelijking is waar de ROI-berekening op hoort te rusten. Het fiscale plaatje is een vertraging in de aftrek, geen verlies ervan.
Wat er vandaag kan veranderen
De WBSO-parameters voor volgend jaar staan in het Belastingplan dat vanmiddag naar de Tweede Kamer gaat. Vier dingen zijn daarbij het volgen waard: het totale budget van de regeling, het tarief van de eerste schijf en dat voor starters, de grens van de eerste schijf, en het tarief van de tweede schijf. Daarnaast liggen er nog twee aangenomen moties uit vorig jaar: één waarin de regering is gevraagd om een voorstel voor structurele indexatie van de eerste schijfgrens binnen het bestaande budget, en één over de verzilveringsproblematiek — starters en scale-ups met weinig loonheffing kunnen hun toegekende voordeel nu niet altijd claimen.
Wat er ook uit komt: houd er rekening mee dat het definitief is als de Eerste Kamer het aanneemt, niet als het wordt aangekondigd. Vorig jaar kwam de indexatie van de schijfgrens er pas via een amendement, in december. Ik werk dit artikel vanmiddag bij met de vastgestelde cijfers zodra ze er zijn.
Mijn kijk hierop
De WBSO is een goede regeling die precies doet wat ze belooft, maar ze wordt structureel verkeerd begrepen. Ondernemers horen "subsidie voor innovatie", denken aan hun nieuwe systeem, en komen bedrogen uit op twee punten tegelijk: het werk was functioneel vernieuwend maar technisch niet, en het werd bovendien uitbesteed.
Dat is geen gat in de regeling — het is het ontwerp. De overheid subsidieert het opbouwen van technische kennis binnen Nederlandse bedrijven, niet het inkopen van software. Zodra je het zo leest, wordt de afweging helder. Wil je van de WBSO gebruikmaken, dan moet je zelf ontwikkelcapaciteit in huis hebben en die op een echt technisch vraagstuk zetten. Wil je vooral een werkend systeem, dan is uitbesteden meestal verstandiger en moet je de WBSO simpelweg uit je businesscase laten.
Wat ik ondernemers aanraad: laat de fiscale route de vorm van je project niet bepalen. Ik heb constructies voorbij zien komen waarin iemand een ontwikkelaar in dienst nam vooral om subsidiabel te zijn, en daarmee een duurdere en tragere weg koos dan nodig was. Het rekensommetje klopte op papier en niet in de praktijk. Kies eerst de aanpak die je probleem oplost, en kijk daarna welke regelingen daarop passen. Vaak is dat niet de WBSO maar de innovatiebox of de afschrijvingstermijn — minder spannend, maar wel van toepassing.
— Jasper
Zo helpt Coding Agency hierbij
Wij bouwen maatwerksoftware voor MKB-bedrijven die met standaardpakketten vastlopen. Bij een project waarin je zelf ontwikkelaars meedraait, denken we mee over welk deel van het technische onderzoek bij jouw team hoort te liggen — zodat die uren aan de goede kant van de streep staan en je administratie meteen bruikbaar is als dossier. Dat is geen fiscaal advies; daarvoor heb je je accountant, en die hoort bij een WBSO- of innovatieboxtraject aan tafel te zitten.
Wel kunnen we je helpen scherp te krijgen wat er in jouw project technisch nieuw is en wat routinewerk — het onderscheid dat bepaalt of een aanvraag kans maakt. Twijfel je over de opzet van je project of over de businesscase eronder? Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.